bboele.reismee.nl

het was maar 3 meter

Allereerst, voor het er weer bij inschiet:

Iedereen bedankt voor de vele reacties en mails nav de berichten rond mijn oor en het vertrek van Judith naar huis. Het doet me goed dat iedereen zo meeleeft. Mijn oor doet het inmiddels weer prima, dankzij het doktersbezoek en de medicatie. Een controle was wel gewenst, maar vanwege ons vliegtuig naar Azie was dit niet mogelijk. Nu maar gewoon goed in de gaten houden en hopen dat het rustig blijft. Ondanks dat het vertrek van Judith lastig en verdrietig is (vooral voor haarzelf) is de omschakeling naar alleen reizen niet heel moeilijk. Ik voel me goed en relaxed en heb geen zorgen. Mede ook dankzij Laos, zijn bewoners, de zon, andere toeristen en de dingen die ik weer mee maak.

Het is hier prachtig. Azie zoals ik hoopte en in Thailand nog niet had gezien. Zodra ik de grens overging was het raak. In een minibus over een beroerde vrijwel ongeasfalteerde weg met teveel mensen en een halve dierentuin; onder de stoel een haan die in m'n teen bijt (ik schrik me rot want had 'em nog niet gezien), een puppie, een illegale schildpad, een aantal kuikens van kippen/eenden/overig en een enorme zak met enorme slangen die enorm levend waren. Met Lu als mijn buurman. Een intelligente jongen uit Laos die zichzelf Engels had geleerd (en nog vrij goed ook) en die veel weet van zijn land en ook van de rest van de wereld. Ik heb de hele weg (mits het geluid van de bus het toeliet) met hem zitten praten, ook over 'belangrijkere' zaken als politiek en het toerisme (wat hier op enkele plekken hysterische vormen aanneemt).

Maar de meest indrukwekkende ervaring in Laos en zelfs 1 van de indrukwekkendste tijdens deze reis was tijdens een trek in het noord-westen van Laos, tegen de Chinese-Birmese grens. De groep (totaal 10 man) was leuk, de jungle waar de trek doorheen ging helaas meer een bos dan een jungle en de overnachting zouden we hebben in een dorp van het Lahu-volk. Vlak voor het binnengaan in dit dorp, we konden de puntjes van een paar dakjes al zien, hield onze gids ons staande. Hij vertelde dat het dorp nog maar weinig bezocht was door toeristen. Hun agentschap had de eerste contacten nog maar kort geleden gelegd en hijzelf was er ook nog maar 1 keer geweest. Ze spraken uiteraard geen Engels, maar ook geen Lao, dus ook onze gids kon niet met hun communiceren. Hij vertelde ons hoe we het dorp moesten binnen komen en hoe we hen moesten groeten. Dat we de fotocamera's even in onze zakken moesten laten. Dat foto's maken van het dorp (de huizen enzo) geen probleem was, maar dat de mensen het wel vervelend konden vinden en dat we ze dat dus moesten vragen. Het was belangrijk (uiteraard leek mij) om geen negatieve indruk wilde achterlaten.

Ik kon me haast niet voorstellen dat de situatie zo zou zijn als de gids zei. Ondanks dat het een erg fijne en eerlijke jongen was, ging ik ervan uit dat hij ons bezoek vooral spannend wilde maken. Dat was 'em gelukt.Goed, daar gingen we dan.

We lopen de heuvel op, en lopen langs de eerste huizen. Een paar kinderen staan bij hun huis. Er gaan deuren open en er komen meer kinderen naar buiten. Al gauw volgen de vrouwen, jonge moeders, rimpelige oma's. In groepjes staan ze ons aan te staren. Het is stil. Zij staren. En wij staren. Onze gids gaat praten met de belangrijkste dorpsbewoners, wij blijven hulpeloos achter. Verloren staan we in het stof, tussen een paar huizen aan de rand van het piepkleine dorp. Het bevindt zich op een berg en het uitzicht op het enorme bos op de heuvels is prachtig. Maar daar is niemand mee bezig. De kinderen en vrouwen (de mannen zijn aan het werk op de rijstvelden) komen onze kant op. Langzaam, afwachtend, verlegen, schuchter zelfs. Ze staan bij elkaar en staren. Allemaal en continu. Er wordt niks gezegd. Wij kijken ook, lachen maar een beetje, weten ons geen houding te geven. Omdat iedereen elkaar goed wil bekijken worden er op een natuurlijke manier 2 rijen gevormd. Ik merk dit pas op als dat al gebeurd is. Een gat ertussen in. Nauwelijks 3 meter. Alleen letterlijk, want het voelt als een lichtjaar. Ik bekijk hun gezichten, hun blik is een combinatie van niets en ernstig. Een lichte frons in het voorhoofd. De hele rij gaan ze af en weer terug. Jonge vrouwen hebben grote baby's vast. Het moeten de moeders zijn want 1 geeft haar baby de borst terwijl ze rustig door staart. ik schat ze maximaal 16-17 jaar. De baby's zijn al meerdere maanden oud. Sommigen vrouwen hebben hun lange zwarte haar op een vreemde manier voor op het hoofd geknoopt. Een kam erin met gekleurde ponponnetjes eraan. De kinderen lopen op blote voeten. Door het stof lijken ze van steen. Het haar piekerig, hier en daar een snotneus en een hoed gemaakt van bananenblad. Zo staan we minuten. In stilte. Een rij 'falang' (langneuzen), 3 meter niets, een rij Lahu.

Dan pakt 1 van ons een camera en laat hem aan de groep zien. Ze probeert duidelijk te maken of het OK is. De vrouwen kijken. Een paar minime knikjes en een gezichtsuitdrukking die het prima lijkt te vinden, een enkeling draait zich om. Ze zet haar camera aan en maakt foto's. Al gauw volgen er meer van onze groep. Ik wacht. Ik weet niet wat ik hiervan vindt. Ik zie onze rij, de ogen gericht op de LCD-schermpjes, de lenzen gericht op de Lahu. Is dit OK? Net waren we nog beiden de bezoekers in de dierentuin. Nu, met de camera's, worden de Lahu beestjes en wij blijven de bezoekers. Of niet? Is dit mijn westerse denken die hier iets van vindt? Want misschien vinden de Lahu-mensen wel niets. Hoe vaak hebben zij een camera gezien? Voelen ze zich onprettig?Het lijkt van niet. Ze staren. Maar dat hoeft niks te zeggen. Tuurlijk staren ze. Als je in je hele leven nauwelijks een blanke hebt gezien, dan staar je. Mijn gedachten schieten alle kanten rond, ik word er bijna misselijk van. En ondertussen wil ik ook foto's maken. Deze mensen vastleggen, dit moment. Ik herinner mij dat ik tijdens de vorige reis aan China ook een paar keer foto's wilde maken van een bijzondere stam die foto's duidelijk lastig vonden. Maar dat het vaak enorm hielp als je de foto liet zien (lang leve digitaal). Terwijl ik een foto maak van een aardig uitziende vrouw om deze vervolgens te laten zien, die ik een paar meter verder ook een arm uit de rij komen, met het LCD-scherm gericht op de Lahu. Ze kijken van een afstandje, zien dan dat ze naar zichzelf kijken, komen dichterbij en lachen klein. Het ijs is een beetje gebroken. Het gat van 3 meter is kleiner geworden. Alle dorpsbewoners dringen zich voor de camera's. Iedereen wil alle foto's van elke camera zien, het liefst vaker dan 1 keer. Gedurende de middag breekt het ijs steeds iets verder. Mijn 'point-it-boekje' wordt bekeken. Het staat vol met fotootjes. Een bladzij met allemaal soorten groenten en vis, foto's van verschillende voertuigen, bedden, dieren, etc etc. Gemaakt om te communiceren als je elkaars taal niet spreekt. Van communiceren is nog geen sprake; een groep Lahu staat dicht om me heen, ze duwen elkaar aan de kant om ook te kunnen kijken, ze grissen het uit mijn handen, bekijken elke bladzij aandachtig. Praten heftig met elkaar over de verschillende onderwerpen die ze tegen komen. Bekijken het nog een keer. Wijzen elkaar dingen aan. Ik wurm me even uit het bos van lijven. Een groepje hoofden over een piepklein boekje. Toen ik hem een paar uur later weer terug had gestopt, kwamen ze bijna direct 'vragen' (of duidelijk maken) of ze hem nog 'ns mochten bekijken. Het ijs scheurde verder en verder. Langzaam aan begon ik me op m'n gemak te voelen. Deed toneelstukjes met hun puppies die ik in mijn sjaal deed en ombond als draagzak, om vervolgens een jonge moeder met baby te imiteren door 'mijn baby' te wiegen en klopjes te geven. Ik zing een slaapliedje voor hem en het dorp ligt dubbel. 'Moet je die 'falang' zien, hij doet alsof ons eten een baby is'. Even later probeer ik hen duidelijk te maken dat ik hun hulp nodig heb omdat ik graag een hoed van bananenblad wil voor een andere toerist. Ze is morgen jarig en ik had al kaarsjes gekocht op de markt om haar te verrassen maar kon geen feestmuts vinden. Het duurt even voor ze het begrijpen, maar even later zijn we druk bezig. We rennen de heuvel af omdat ze daar een struik hebben met rode blaadjes om de hoed mee te versieren. Er wordt een stukje bamboe secuur aan stukjes gehakt wat gebruikt word als 'draad' om de blaadjes (die ze in de mooiste figuurtjes hebben 'gehakt') mee vast te maken. Iedereen bemoeit zich ermee. Even later liggen ze weer op de grond van het lachen als ik door middel van een toneelstukje probeer duidelijk te maken dat het geheim moet blijven tot de volgende ochtend.

In de avond verdwijnen ze naar hun 23 hutten. Maar de volgende ochtend staan ze er weer. Elke stap wordt bekeken, elke handeling gevolt. Als we een paar uur later het dorp uitlopen zien we ze weer staan zoals de dag ervoor. In groepjes staan ze te staren. Ik zwaai, maar er wordt niet terug gezwaaid. Ik ga ervan uit dat dit geen onwil is, maar dat ze het gebaar niet begrijpen. Want ik weet zeker dat we een goede indruk hebben achter gelaten. En omdat 27% van ons betaalde geld naar de dorpsbewoners gaat (ook van 2 andere dorpen) wordt hun leven iets makkelijker. Omdat we ons eigen eten bij ons hadden en zelfs al het afval meenemen naar de stad hebben ze verder geen last van ons gehad. Maar als ik denk aan die twee rijen ende camera's, dan krijg ik weer een onbehaaglijk gevoel. Maar de enige reden die ik daarvoor kan bedenken is mijn westerse gedachtegang. Dat je 'primitieve' stammen met rust hoort te laten en 'primitief' moet laten zijn. Ik was en ben het sowieso niet eens met het laatste (waarom moeten primitieve stammen primitief blijven? Omdat wij dat 'leuk' vinden?) en ik denk dat ik het ook niet eens ben met het eerste. Mits je dat op een juiste manier doet. En dat hebben we gedaan. En dat was mooi, bijzonder en zeer zeer indrukwekkend.

Even slikken

Judith is naar huis.

Om maar even met de deur in huis te vallen.


Niet omdat ze het niet leuk meer vindt ofzo, maar omdat er prive heftige dingen gebeuren. Een paar uur geleden heb ik haar afgezet op het vliegveld, ze zit inmiddels al hoog in de lucht.

De beslissing om naar huis te gaan viel op een avond, maar enkele dagen geleden. Helemaal uit de lucht vallen deed het niet, maar toch... Al vrijwel direct heb ik (uiteraard na overleg met Judith) besloten om te blijven en door te reizen nadat ik haar op het vliegtuig heb gezet. Buiten dat er veel familie en vrienden zijn in Nederland voor Judith, ben ik nog niet klaar. Ik ben hongerig, zeg maar gerust gulzig, naar meer van de wereld. En dat zal ik dus ook doen. Niet meer met mijn maatje Judel, maar met mezelf, in mn uppie.


Die avond lagen we in bed. Haar gezicht naar de deur, de mijne naar het raam. Het was stil. Buiten zat een groepje toeristen te keuvelen. Vloeiend Engels, Engels op z'n Frans, en iets Spaans-achtig.

Ondanks de stilte buitelen mijn gedachtes en gevoelens over elkaar heen. Er overheerst een gevoel over/naar Judith, die het nu moeilijk heeft en het ook nog moeilijk zal krijgen. Ik voel met haar mee, maar ben tegelijk een beetje gefrustreert omdat ik zo graag wat beter zou zijn in troosten. En dan zijn er nog zoveel andere gevoelens en gedachtes. Dat we net een nachtbus hebben genomen vanuit Bangkok, met enige haast want ons visum loopt morgen af. Dat we dus ons visum moeten verlengen en dan dus toch nog maar even een paar uur door moeten reizen naar Laos. Dat we vervolgens snel terug moeten naar Bangkok en dat we dus nog uren en uren in (nacht)bussen zullen zitten terwijl we al zo moe zijn van de afgelopen dagen. Dat Judith dan straks weg is en ik alleen verder zal reizen. Dat ik dat lastig ga vinden. Dat ik me onzeker voel over hoe dat dan moet. Dat ik na 6 maanden behoorlijk gewend ben aan Judith naast me en dat ik haar zal gaan missen. Dat ik nu over van alles en nog wat alleen besluiten moet gaan maken, dat ik spullen vanuit haar tas moet gaan overnemen, maar dat ik dan ook spullen mee moet geven naar Nederland anders wordt mn tas zo vol. Dat Judith niet alleen haar telefoon mee zal nemen, zodat ik een wekker moet kopen, maar dat ze ook haar spelletjes-ding zal meenemen en dat ik dan nooit meer het Froggie-spel kan spelen. Dat ik ook een nieuwe dagrugzak moet kopen, want mijn pc past alleen in die van Judith.

Dit soort dingen en meer onzin schoot er door mijn hoofd.


Vanmiddag zijn we samen naar het vliegveld gegaan. Het afscheid bij de paspoort-controle viel mij (en ons) zwaar. Maar ze redt zich wel, zei ze. Ik ook, heb ik terug gezegd. En het is waar, ik red me wel, ondanks dat ik nu tijdens het schrijven net zo'n grote brok in m'n keel heb als vanmiddag.

Even slikken. Nog een keer slikken. En door...

Toch?

Ja, door.

Door naar Laos, Cambodja en Vietnam. En dan zie ik wel weer verder.

Ja dokter, nee dokter

Zoals aangekondigd hebben we Argentinië even verlaten en zitten we nu even in Uruguay. Vergeef me het woord 'even', maar amper 10 dagen op een jaar is in mijn optiek 'even'. Even relaxen aan het strand in Punta del Este en dorps Colonia del Sacramento. En uiteraard ook even naar de hoofdstad Montevideo. Straks weer terug naar Buenos Aires voor de grote lange reis naar Azie. Buenos Aires is een leuke stad. Heeft nog niet de romantiek die ik voor ogen had, maar dat kan ook liggen aan mijn te hoge verwachtingen nav de tangolessen in Arnhem. Wel een fijne stad om te zijn. We hebben er al een aantal flinke wandelingen gemaakt, Evita's graf gezien, ik heb tango gedanst en mijn danspartner werkelijk alle hoeken van de winkelstraat laten zien, twee heuse 'professional doggy walkers' gespot in de chiqueste wijk van Buenos Aires en een demonstratie op het plein gezien waar 30 jaar lang Dwaze Moeders elke week hun rondjes liepen. Inmiddels zijn ze daarmee gestopt omdat de voorlaatste president een serieus grootschalig en onafhankelijk onderzoek is gestart naar de verdwijningen van hun kinderen; ooit zijn ze begonnen met het lopen van hun rondjes om het plein omdat ze niet gehoord werden door de regering. Nu dit wel gebeurd is konden ze weer verder gaan met hun leven.

Nu dus in Montevideo. In het weekend (gister en eergisteren) een verlaten stad. Heel vreemd voor een hoofstad waar 1,3 miljoen mensen wonen. Op een paar zwervers na was er werkelijk niks en niemand. Geen auto's, niks open, geen lawaai, geen mensen. Vandaag was dat anders. Maar vandaag was in zijn geheel een andere dag dan alle andere. Vanmorgen werd ik wakker met pijn in mijn rechter oor wat tegelijk de enige goede ist. Mijn oor zat nog dichter dan gister, met doofheid tot gevolg. Had het gisteren nog een beetje afgedaan als zijnde wat water in mijn oor omdat ik de zee was ingegaan zonder oordoppen en dat het vanzelf weer weg zou gaan. Vandaag was ik daar niet zo zeker van. Sterker, ik wist dat het mis was. Info gezocht op internet, over oorproblemen en waar hier welke ziekenhuizen zich bevinden. Na het ontbijt naar het ziekenhuis dat het best geregistreerd stond en waar ze Engels spraken. Probleem uitgelegd, even wachten of het mogelijk was om een dokter te zien, want we hadden immers geen afspraak. Uiteindelijk geen probleem, de dokter gaf me een hand, keek en was niet blij. Mijn trommelvlies sterk terug getrokken, 'geperforeerd' dmv een heel klein gaatje en een poliep met ontsteking, kans op een 2e (en dan dus in mijn andere oor) cholesteatoom. Allemaal dingen die ik tijdens mijn vele bezoeken aan de KNO in Nederland gehoord heb en ken. Ook afgelopen zomer is er nog een poliep weggehaald. Toch enigszins zorgelijk dat het nu weer mis is (en ook zo snel). En schrikken om zo met de feiten te worden geconfronteerd. Maar we houden ons sterk. Poliep wordt weggezogen (sorry voor de plasticiteit, maar dit is het enige woord wat precies zegt wat er gebeurde). Bloed wordt gestelpt, oor schoongemaakt, recepten geschreven. Er wordt een rekening geschreven (uiteindelijk (maar) 155 euro) en betaald. Ik vraag nog om een verklaring in het Engels ivm verzekering. We zoeken een apotheek voor de recepten, een 2e apotheek omdat ze een medicijn niet hebben. Ik kom uit deze 2e apotheek, zie dat ze me in de 1e apotheek te weinig pillen hebben gegeven en dan. Midden op een enorm plein waar het verkeer om een gigantische vlag van Uruguay raast, mag de wereld even ineen storten en wordt het werkwoord 'reizen' vervloekt. Niets liever wil ik dan in Nederland zijn. In mijn kleine koude kikkerlandje waar iedereen nergens heen kan omdat we nog steeds niet met sneeuw weten om te gaan. Maar waar normaal verder alles zo fijn geregeld is, waar dokters Nederlands spreken en er ergens een eigen grote bed staat.

Nu is het avond en mijn oor is rustiger dan vanmorgen. Maar nog steeds voel ik me, tsja, hoe zal ik het noemen. Een combi van verloren, onbehaaglijk, moe en zelfs een beetje bang. En ik hoop zo erg dat er over een paar dagen weer iets prachtigs gebeurd en ik niet meer het gevoel heb dat ik naar huis wel. Ik weet zeker dat dit scenario zich zo zal voltrekken al kan ik me dat nu moeilijk voorstellen.

'En ja dokter, ik heb mijn lesje geleerd.'

'En ja dokter, ik zal vanaf nu ALTIJD mijn oordoppen in doen als ik een zee/water/meer in ga.'

'En nee dokter, ik zal nooit meer eigenwijs zijn en denken dat ik mijn oordoppen niet hoef in te doen omdat ik toch niet met mijn hoofd onder water ga om dan vervolgens door een grote golf toch onder water geduwd te worden.'

Dit gaat vermoedelijk mijn laatste verhaal worden in 2010. Iedereen een hele fijne jaarwisseling toegewenst en ik hoop dat iedereen heel vrolijk de kerstdagen doorkomt (iets wat mij pas de afgelopen jaren (soms) lukt). Oja, ik ga ook nog een belofte doen; VOOR 31 dec zullen er nog nieuwe foto's op de site komen van Chili en Argentinië.

Soms wil ik het ook koud hebben en soms wil ik een wally zijn

Een gletsjer van die groeit met 1 tot 2 meter per dag. Aan 'het uiteinde' is hij 60 meter hoog en constant vallen er grote blokken ijs af. Enorme stukken van 20 meter groot. Het ijs kraakt en lijkt met een vertraging in het water te vallen. Ondanks de vertraging is het toch ook zo voorbij. Pas een paar seconden na het vallen HOOR je de plons. Een enorm en machtig geluid. En daar sta je dan vlakbij. Hoe waanzinnig. Het blok ijs is diep het water in gezakt en komt pas een tijdje later 'bovendrijven'. Het is inderdaad enorm. En veroorzaakt een wedero vertraagde golfslag.

De bewolking begint weg te trekken en het lukt de zon om grote delen te verlichten. De blauwe kleur van het ijs was al zo mooi met de wolken, maar met de zon erop is het een sprookje, onwerkelijk, prachtig. Je kan nu ook de diepte zien van de hele gletsjer, hij is gigantisch.


Een pinguinkolonie van bijna een miljoen (!) pinguins. Ze zijn werkelijk overal. Tot hoever je kan kijken zie je de wit-zwarte droppies. Ze hebben last van het 'Galapagos-effect'; ze zijn zo dichtbij dat je ze aan zou kunnen raken.

Het is kind-krijg-tijd; over een enorm gebied zie je overal kuilen met daarin een pinguin, bijna altijd vergezeld van 2 kleine pluffige en schreeuwende baby's. Het geluid van al die baby's samen is weer indrukwekkend. Anderen stappen saampjes synchroon naar de zee. Het is een heel eind, snel gaat het niet. Het is duidelijk dat het ze in de zee 'horen'. Maar ze zijn dapper en met de borst vooruit gaan ze op weg. Weer een aantal anderen dobberen in de zee of staan aan de waterkant. Een enkeling vind dat het looppad voor toeristen ook van hun is (waar ze overigens helemaal gelijk in hebben) en besluipt mij van achteren om me vervolgens nogal hard in mijn kuit te bijten.

Helaas was het pad naar de zee afgesloten en het 'typische' beeld van heel veel pinuigs die eruit zien alsof ze de bioindustrie naspelen hebben we niet kunnen zien. Jammer, maar dit was al zo super!


35 mensen in een enorm root onhandig zwemvest hijsen zich in een bootje. Opgelucht dat de wind eindelijk is gaan liggen en de haven 'open' is gesteld. We zijn op weg naar de volgende baai, maar voordat we daar zijn is het al raak; een mama-walvis met een baby. Ze zijn relatief ver weg, maar toch is goed te zien dat de baby wit is. Van de 200 baby's die in deze periode in dit gebied geboren worden zijn er 3 tot 5 wit. We hebben geluk. In de baai ernaast is het even zoeken, mijn geduld wordt op de proef gesteld, maar opeens is ze daar. Op een paar meter afstand komt er een gigantische walvis boven drijven. De vorm is vreemd, witte pokken rond haar mond en op haar hoofd. Haar baby zwemt ernaast. Een brok in mijn keel. Vochtige ogen. Ik voel me week en slap als een vaatdoek. Het uur erop bestond uit nog veel meer moeders en baby's, regelmatig maar 1 of 2 meter van de boot af. Ze zwemmen eronder door, erom heen. We zien ze spuiten, ze laten hun vinnen zien, hun staart en zelfs hun witte buik. In de verte springt er 1 omhoog. Het water is helder en je ziet ze dus letterlijk onder je liggen en langzaam boven drijven. Op een gegeven moment waren er 4 'setjes' (moeder en kind) tegelijk te zien om de boot heen. Acht walvissen die allemaal tegelijk adem halen.

Het was totaal anders dan ons vorige walvis-onderneming. Met andere walvissen en ander 'gedrag'. Maar het was weer te kort, weer moeilijk te bevatten en weer zo waanzinnig mooi. We hebben er (weer) een hoogtepunt bij.


Het zijn deze superlatieven die ons bezoek aan Argentinie kenmerken en de moeite waard maken. Want voor de bevolking hoef je het niet te doen. Onvriendelijk, kortaf, op zichzelf gericht en onbehulpzaam. Een heel verschil met bijv. Chili. Volgens mij had ik al eerder opgemerkt dat de mensen voor mij een land maken. Natuurlijk, er zijn ook hier uitoznderingen, maar het zijn er tot nog toe bijzonder weinig. Reden voor ons om snel naar Uruguay te 'vluchten', daar schijnen de mensen een stuk beter te harden te zijn.

En het is hier duur. Ons 'budget' voor een maand is binnen nog geen week op... We hebben een post onvoorzien en gelukkig hebben we geld bespaard in Chili, maar het was wel even slikken. Gek, want 'men' en de Lonely Planet vinden Chili een stuk duurder dan Argentinie; het tegendeel is waar. Niet alleen betaal je veel geld voor 'sightseeing' zoals de gletsjer of wally's, maar ook de overnachtingen, busreizen en zelfs de producten uit de supermarkt (met ook nog eens weinig keus en slecht/verrot) zijn echt duur.


En ik mis mijn vriendjes en vriendinnetjes uit het verre Nederland. Ze krabben het ijs van hun autoramen, pakken sinterklaaskadootjes in of uit, gooien met sneeuwballen en slepen een kerstboom het huis in. Ik zou zo graag even meeslepen, samen iets in of uit willen pakken of desnoods iemands autoruit willen krabben (bij gebrek aan een eigen auto). Deze handelingen kunnen me eigenlijk gestolen worden, maar ik wil zo graag soms iemand even zien en spreken. Beleven wat hij/zij/jij beleeft. Samen een wijntje drinken, lekker eten, figuurlijke boompjes opzetten.

Gelukkig zit een enkeling in Laos en gaat een ander tzt die richting op; Oud en nieuw zullen we samen met Angela en Eva vieren en ik kan niet wachten tot het zover is.

Torres de Paine

Di 23/11/2010

Lieve Judel,


De eerste dag is bijna voorbij. En het was geweldig. De weg hiernaar toe ging vlot en hoe dichter we bij het park kwamen hoe mooier het weer werd. In de bus kwam ik Niek en Klaas tegen, die twee Nederlandsers van de boot. Omdat ze ongeveer dezelfde route zullen lopen kunnen we de eerste dag samen doorbrengen. Keigezellig en de route was prachtig. Langs meren van azuur- tot diep donker nachtblauw, watervallen, scherpe puntige rotsen en als toetje een prachtige enorme gletsjer. En er was wind. Heel veel en heel hard. De meren hadden flinke golven, bomen stonden scheef en onze jassen waren parachutten. En soms regende het een heel ietsie pietsie, maar als je dan naar de lucht keek was het blauw! De wind brengt het van ver!

Nu in mijn gehuurde gele tentje. Die volgens mij prima voldoet, maar de wind is ook voor hem te heftig. Hij staat flink bol naar binnen... Afijn, ik zal wel pitten, het was toch wel een vermoeiend dagje.


Woe 24/11/2010

Vandaag was het weer prachtig! De natuur is hier echt enorm mooi. Het was vandaag de 1e dag dat ik met mijn 17 kilo-volle-tas moest stappen, want gisteren gingen we heen en terug en kon ik 'em dus achterlaten. De eerste 2 uur met tas, daarna kon ik 'em weer laten staan. Het gewicht was zwaar maar OK, maar aangezien er nog meer wind was dan gister, werd ik regelmatig met tas en al de berm in gestuurd. Zo heftig, en dat geluid! Het stormde echt, maar dan zonder de regen en de bliksem. Heel vreemd. Het ging zelfs zo hard dat de wind het water van het meer meters de lucht in blies. Soms werden er cirkels in geslagen alsof er een helicopter ging landen. Bizar. En pittig lopen ook want hij kwam van alle kanten. De uitzichten waren vandaag nog mooier dan gisteren.

Mijn regenhoes ben ik trouwens kwijt, want de wind had 'em van mijn tas afgeblazen. Toen ik wat later schuin naar achter keek zag ik dat mijn tas groen was ipv oranje. Toen pas had ik door dat hij weggewaaid was. Een vrouw had hem nog wel zien vliegen, maar ik heb hem niet meer gevonden. Ligt waarschijnlijk in het azuurblauwe meer... (niet alleen vervelend voor het meer, ook voor de andere stappers; op elke foto van het meer staat wellicht nu een oranje puntje...)



do 25/11/2010

Wat een verrassing vandaag; ik kon de vogeltjes horen en eindelijk mijn 'normale' ritme lopen want de wind was volledig afwezig. Zo raar dat het verschil zo groot kan zijn per dag. Wel fijn, want vandaag moest ik alle uren (volgens de kaart 9 a 10) met mn tas lopen. Het ging, mede dankzij de windstilheid, eigenlijk heel prima. De route was weer mooi en weer zo anders. Het was heel vredig en rustig. Met die aangekondigde 'crowds' valt het trouwens reuze mee. De meeste uren loop ik eigenlijk helemaal in mn eentje, wat ik heerlijk vind. En ik heb vandaag wildlife gespot. Geen poema helaas, wel een bizar grote haas. Het leek meer een kangoeroe dan een haas. En als ie sprong was het alsof er een vrachtwagen zich springend voortbewoog. En even later een condor gespot. Had er al meer gezien, maar die waren allemaal ver weg. Deze was echt heel dichtbij.

Voor de 3e en laatste keer hetzelfde gegeten; pasta (of rijst, joehoe variatie!) met rode saus, diepvriesgroenten en tonijn. Ben d'r wel een beetje klaar mee...

Tijdens het kokkerellen zat ik te bedenken dat onze Beste Belg dit park en deze tocht ook fantastisch zou vinden en dat ik hem het zeker moet aanraden (dus Wim, bij dezen!). Ik weet zeker dat je/hij het schitterend zou vinden.

Slapen doe ik trouwens redelijk. Soms wakker omdat het toch wat kouder wordt 's nachts of vanwege een windvlaag die mijn gele tentje doet schudden op zijn grondvesten. Voor zover hij die heeft.


Vrij 26/11/2010

De laatste dag alweer van mijn trek door nationaal park Torres del Paine. Een halve dag eigenlijk, want het is nu 12 uur en ik zit al op de bus te wachten. Vanmorgen om 4.45 uur gaan lopen om de zonsopgang op de Torres te zien (de granieten torens waaraan dit park zijn naam te danken heeft). Boven aangekomen is het bewolkt en zien we niks... Het sneeuwt zelfs! Maar gelukkig was dit eigenlijk de enige neerslag tot nog toe. Een aantal mensen besluiten alweer om naar beneden te gaan. Ondanks dat ik het koud heb blijf ik zitten. Mijn ontbijt is immers ook nog niet op. Een paar minuten later lijkt het toch, zij het aan de andere kant van de hemel, een beetje open te trekken. Nog een paar minuten schreeuwt er iemand: “Un Torre!”. Hij heeft gelijk. Door de wolken heen doemt een stukje Torre op. Het is een vertikaal lijntje. Het is niks, en tegelijk is het prachtig. In de minuten en uur erna zouden de torens steeds een stukje meer van zichzelf laten zien. Een mystiek, spookachtig en prachtig gezicht. Iedereen is vol 'OHHH' en 'AHH'. Als er tenslotte bijna niemand meer is en de torens zichzelf helemaal hebben laten zien ga ik ook naar beneden. Samen met de 2 Nederlanders die ik hier weer (het is elke dag wel een keer gebeurd) tegenkwam. Ik

pak mn tent in en begin aan de afdaling. Rennend bijna, het gaat vanzelf.

Op het allerlaatste stukje kom ik de 4 Japanners nog tegen. Ook hun ben ik elke dag tegen gekomen. Ze hadden het zwaar. Hijgend, puffend steunend en voorzien van alle mogelijke gore-tex, stokken, mutsen en weet ik niet wat, strompelen ze, zoals alle dagen, naar boven. Maar elke keer zijn ze weer net zo blij en enthousiast. We hebben weer een gesprekje. Ze moeten nog helemaal naar boven terwijl ik al bijna beneden ben. Ik wens ze succes en heb nu al zin in ons bezoekje aan Japan. Maar dat is voor later.

Nu ben ik alleen maar voldaan en blij. En hoop ik ontzettend dat je ergens de afgelopen dagen toch met een busje deze kant op bent gekomen, want god wat is het hier mooi.


Straks zal ik weer 'thuis' zijn en 'eindelijk' weer in een echt bedje liggen. Als ik mijn ogen heb gesloten zal ik de wind buiten horen razen, want ook bij jou zal het hard waaien. Ze laat de ramen klapperen en loeit als een wolf. En ik zal dromen van meren, bergen, Torres en wind. Maar de volgende ochtend word ik weer wakker en zie jou in een bedje naast me liggen. En zal ik weer blij zijn dat ik weer thuis ben en we weer samen zullen reizen.


Dag Judel,

dikke kus,

Boaz

PS: ondanks dat ik ergens in Patagonie door prachtige natuur aan t stappen ben, ben ik toch soms ook met mn gedachten in NL, momenteel bijv. met het schreeuwen om cultuur. Hoe was het? Grootschalig? Etc? (vraag voor alle mensen thuis)

De ene dag op het strand, de volgende op een actieve vulkaan

Een paar dagen geleden zaten we op het strand. In onze badpakken te bakken. De zee was mooi. Wild en ruig en wist niet van ophouden. Groene golven van 2-3 meter hoog en een aantal nog hoger (is bevestigd door meneer de baywatcher) klateren met grof geweld om. Het geluid is gigantisch. Omdat het strand enorm steil is vallen de golven na het omvallen snel dood en we kunnen deze enorme muren van water tot op een enkele meters naderen, maar bij elke omslag rennen we toch weer gillend terug. De zee is hard, de stroming net zo. Een paar keer kom ik toch in een halve golf terecht en wordt bijna direct omgestoten en meegesleurd. Spannende seconden zijn dat. Zwemmen is terecht zwaar verboden en dat vinden wij prima. Kijken en luisteren is al indrukwekkend zat. Hoe 'stil' het is op het moment dat de golf klaar is met omvallen en het strand op stromen, hoe het geluid dan weer aanzwelt en eindigt met een enorme klap. Zonder ooit op te houden.

We lopen terug naar het stadje waar we slapen, iets meer dan 3 km. We komen langs een betonnen 'wrak' dat in de zee staat. Het heeft als het ware 2 verdiepingen, op de bovenste zit het vol met pelikanen, eronder slapen tientallen enorme zeeleeuwen. Zo groot dat ik even denk dat het walrussen zouden kunnen zijn. Eentje zwemt erom heen. Springt uit het water om als een dolfijn een soort duik te maken. Een moment later komt ie weer boven en probeert op het betonnen gevaarte te springen. De eerste 'sprong' is zijn aanloop. Na vele aanlopen lukt het hem uiteindelijk en klautert hij verder omhoog.

Vandaag, 3 dagen later.

Ik sta om 6.00 uur op. Judith blijft liggen. Ik ga de actieve vulkaan beklimmen waar we momenteel naast wonen. Bijna 3000 meter hoog, perfect conisch en bijna in zijn geheel bedekt met witte sneeuw. Grote blauwe rook ontsnapt uit zn krater. De groep waarin ik zit bestaat uit 5 dappere stappers. Twee Brazilianen die snel zouden opgeven, terug gingen en een lange wachtdag zouden hebben. De andere twee zijn Chileens, een man en een vrouw. Van alleen de vrouw heb ik de naam onthouden omdat ie zo mooi is (wel op zn Spaans uitspreken); Carmen Gloria.

Nadat ik, Carmen Gloria en de anderen onze 'nieuwe' schoenen aan hadden begonnen we onze tocht. Deze schoenen waren eerder klompen van keihard plastic, voorgevormd en zonder enige bewegingsmogelijkheid. Je voelt je een soort van pinguin. Wat op zich goed uit kwam, daar we voornamelijk op de sneeuw zouden stappen.

Het tempo lag voor mij vanaf het begin veel te langzaam. Er werd besloten dat ik met 1 gids verder zou gaan, de ander zou voor de groep zorgen (en al gauw voor alleen de wat oudere Chilenen).

Mijn gids heet Michael. En dan niet uitgesproken als de Michael van onze dode Michael Jackson, maar eerder van een een spleetoog uit Jakarta van 1 meter 20 die een slechte imitatie van de King of Pop vertolkt en dus ook nog ns beroerd Engels spreekt. Deze Michael was de grapjas en gangmaker onder de gidsen. En laat ik dat nou net weten te kunnen waarderen. Er werd een mooi hoog tempo ingezet en al gauw haalden we de een na de ander in. In totaal waren er ongeveer 60 stappers, we begonnen als 1 van de laatste groep, dus was er genoeg in te halen. Niet altijd makkelijk, want vanaf het begin liepen we op een smal padje over de sneeuw. Omdat het nogal steil was, bestond dit 'pad' uit al eerdere voetstappen die een soort trap hadden gemaakt. Als je iemand inhaalde moest je dus zelf een soort van trappetje 'aanleggen' om erom heen te kunnen.

Het bleek een pittige klim. Vijf uur constant omhoog stappen/traplopen is niet ideaal. Regelmatig wil ik tijdens het lopen kijken waar ik ben. Niet handig, want direct zet ik een verkeerde stap, struikel en rol een paar keer bijna naar beneden. Met mijn pikhouweeltje en handen weet ik me elke keer weer rechtop te krijgen. Ik ontdek dat de sneeuw eerder als ijs kan worden beschouwd. Keihard en mijn handen doen pijn als ik omval. Hoe hoger we komen, hoe meer ik mn benen voel. Koppie erbij, elke stap bewust maken, ritme, verstand op nul, doorgaan. Tijdens het laatste uur lopen we alleen. We hebben iedereen ingehaald. Het is stil en het is prachtig. Mijn pikhouweel zakt te diep in de sneeuw, weer ga ik bijna onderuit. Als ik hem weer uit de sneeuw trek zie ik een blauwe kleur in het gaatje. Het blauw dat alleen ijs kan hebben en dat ik tot nog toe alleen maar ken van TV en foto's. De blauwe gletsjers en stukken ijs zal ik komende weken nog gaan zien, maar ik vind dit kleine gaatje blauw al machtig indrukwekkend. Michael vertelt me over het ijs en dat het onder onze voeten 10 meter dik is.

Het laatste half uur is zwaar. De sneeuw is hier definitief ijs geworden, een pad is er niet en dus maken we met de punten van onze schoenen een nieuw trap-pad.

En zo gebeurde het dat ik als eerste van de dag aankom op het bovenste puntje. Naast een gapende rokende krater. En dan voel je je een man. En een koning. En een held. Allemaal tegelijk. Althans, ik wel.

Aan beide kanten van deze vulkaan steken nog 2 andere perfect gevormde besneeuwde vulkanen omhoog door de wolkjes. Ik zie het dorpje waar we wonen, het meer ernaast en nog eens 4 andere meren. Aan de linkerkant strekt een besneeuwde Andes gebergt zich uit.

We lopen om de krater, de zwavel uit de vulkaan is soms niet te harden. Het brandt in mijn keel en neus, mijn ogen worden rood en tranen aan 1 stuk door. Ik denk de wind te horen, maar het is de kolkende lava onder ons. Ondanks dat die lava zich maar 30 meter onder ons bevindt, kunnen we het net niet zien. “Kom terug in maart, dan staat het tot daar”. Michael wijst de plek aan, het is maar enkele meters onder de rand.

Na wat eten is het tijd om onze pakken aan te trekken; een extra broek, jas, schoen/beenkappen, een muts, een helm en het allerbelangrijkste: de luier. Een stuk dikke kunststoffige stof wat je als een luier over je kont bindt.

De luier is de slee.

Jawel, we gaan sleeën. Naar beneden. Bijna 3000 meter. Op onze kont. Ik dacht dat ik vroeger wel genoeg uren op een sleetje had gezeten om dit klusje wel even te klaren. Het bleek sleeën voor grote mensen. Het eerste stukje vanaf de krater dalen we lopend af vanwege het ijs. Vervolgens komen we bij het begin van een gootje aan. Het gootje loopt steil naar beneden. Honderden meters. Ik herhaal in mijn hoofd de aanwijzingen van Michael; benen ALTIJD bij elkaar recht voor je uit gestrekt, pikhouweeltje horizontaal met beide handen vasthouden. Door de linkerkant in de sneeuw te steken kun je remmen, gaat het echt mis dan sla je met 2 handen de punt in de sneeuw en trek je jezelf op. En oja, nooit gaan liggen.

Michael gaat me voor. Met een machtige snelheid glijdt ie naar beneden. Ik neem ook maar plaats in het gootje. Afzetten hoeft niet. Ik vlieg weg. Ik probeer te remmen. Het gaat mis. Ik tol rondjes. Glij met mn hoofd naar beneden. En kom godzijdank tot stilstand. Michael komt roepend op me af. Wat er gebeurde. Ik zit weer op mijn kont. Kijk 'em grijzend aan. “Weet ik niet, maar het gaat prima met me”. Hij schudt met zn hoofd. Lacht. Vindt me een gekke leuke idioot.

“Vamos”.

En daar gingen we weer. Hier en daar tol ik nog een keertje rond. Maar ik merk ook waardoor het komt. In de goot zitten regelmatig heuveltjes. Dan word je een soort van getorpedeerd en zweef je even in de lucht. Maar vervolgens kom ik weer neer, en dat is dan regelmatig maar half in het gootje. Dan raak ik uit balans en begin ik te draaien.

Na een tijdje begin ik het onder de knie te krijgen. Blij als een kind. Krijsend en gillend van plezier (en soms van een beetje angst). Hier en daar lopen we een stukje, op zoek naar een nieuw gootje. Het naar beneden gaan duurt alles bij elkaar 2 uur, waarvan het grootste gedeelte sleeënd.

Als we beneden aankomen horen we over de radio/walkytalky wat Carmen Gloria tijdens het sleeën haar been vervelend heeft verdraaid. We zullen nog 2 uur moeten wachten voordat ze beneden is.

Ik wacht. Ik zit in de zon, voel mijn benen en bedenk me dat ik niet meer bezig ben met een reis, ik ben bezig om te leven. Dit is mijn leven momenteel; de ene dag lig ik op een warm gouden strand met enorm donderende golven en 3 dagen later in de sneeuw op een actieve vulkaan.

Elektrischiteitssdraden, roze flamingos en er mag een tandenborstel weg

Allereerst: Mijn oprechte excuses aan Trudy; er had inderdaad een beschrijving bij gemoeten. En dus alsnog: in de linkerbovenhoek hangen gedroogde lama-foetussen. Die verkopen ze veel op de markten, want als je een nieuw huis gaat bewonen begraaf je deze voor de voordeur, dat brengt geluk... Zeggen ze.

Na een 18 uur-lange busreis die eigenlijk best snel voorbij ging alweer een paar honderd kilometer verwijderd van ons laatst bezochte land Bolivia. Er eerder weg gegaan dan gedacht, maar dat was meer de schuld van de boze coca-boeren, want god wat is Bolivia mooi. Ik had graag meer gezien (en ons officieel geplande rondje gedaan).

Bolivia is eigenlijk anders dan alle andere landen hier. Het is armer, basaler, back to the basic. Er lopen nog erg veel vrouwen (nauwelijks mannen) rond in de traditionele klederdracht. Deze bestaat over het algemeen uit een rok tot net onder of boven de knie (afhankelijk per regio en 'volk'), schoenen van fietsband, een blouse-achtig-iets, een bolhoedje BOVENop het hoofd, twee lange zwarte vlechten die ofwel bij elkaar geknoopt waren of 'eindigden' met pon-ponnetjes erin en de bijna-nooit-ontbrekende felgekleurde doek als tas achter op de rug geknoopt.Veel wegen zijn of slecht of niet geasfalteerd, en het leven als toerist is goedkoop. Toch geldt dit (tot onze verbazing vanwege het enorme contrast) lang niet voor heel het land. Er zijn een paar enorm mooie, oude, koloniale, hippe en vooral RIJKE steden waar de dames in klederdracht eerder uitzondering zijn. Deze steden zijn dus mooi van zichzelf, toch lijkt er niet altijd heel bewust mee om te worden gegaan. Een 'plan' om nieuwe stukken stad in dezelfde stijl te bouwen of ook maar enigszins te laten passen bij de rest is er niet, rotondes met daarom heen mooie gebouwen worden opgeschrikt door spuuglelijke enorme beelden en het ergste: de elektrischiteitsdraden. In alle steden waar we zijn geweest, inclusief Sucre (een bijna volledig witte stad met prachtige oude grote gebouwen en veel grandeur en stijl), zie je grote kluten elektrischiteitsdraden. Sommige gaan duidelijk ergens heen, anderen verdwijnen in het niks. Vanaf de kluut lopen de verschillende draden naar verschillende punten naar bijvoorbeeld de overkant van de straat. Maar structuur is er niet, bewijzen de 17 (!) draden die naar hetzelfde pand lopen, maar dus allemaal naar een ander punt in de muur. Vervolgens komen er een aantal van die draden wel weer bij elkaar, waardoor er verschillende draden kriskras over de gevel lopen. Ik begrijp echt heel goed dat elektriciteitsdraden niet je eerste zorg zijn als je je kapot moet werken om uberhaupt een boterham te kunnen eten. Maar draden 'bij elkaar binden' moet toch te doen zijn? En is toch zowiezo makkelijker en sneller werken? Helemaal in een stad als Sucre, waar de mensen duidelijk veel rijker zijn, het stadsbestuur blijkbaar wel geld heeft voor enorm lelijke beelden op rotondes, en het stadsbeeld nogal duidelijk wordt aangetast door die duizenden elektriciteitsdraden??

Afijn, genoeg over die zwarte lang dunne dingen...

Ondanks dat de wegen niet altijd goed waren, zijn de busreizen in Bolivia een feestje. De landschappen door het raam verschillen elke paar kilometer en zijn elke keer weer prachtig. Van uitgestreke droge savanne-achtige toestanden tot rotsen die elk moment om lijken te vallen. Van witte zoutvlaktes tot zandduinen waarvan je zeker denkt teweten dat de noordzee erachter ligt. Vooral de laatste tour die we hebben gedaan, vlak voordat we Chili ingingen, was qua natuur bijzonder. Uren gereden door een droog woestijnlandschap met bergen die alle kleurschakeringen rood/oranje/rose/bruin in zich hadden. Groepjes wilde lama's die vlak voor de jeep wegrenden en waarvan ik nog steeds niet begrijp hoe ze kunnen overleven in dat gebied. Maar ook geysers bezocht, een wonderlijk prachtig fenomeen. Kokende modder borrelend en pruttelend een stap van je af, terwijl je zelf bevriest van de ijzige kou. Actieve vulkanen die witte as en rook uitspuwen. Verschillende meren in werkelijk alle kleuren van de regenboog (felrood? geen probleem... kopergroen? regelen we... wit, blauw, grijs??? waarom niet...) met honderden, wellicht duizenden flamingo's erin. Alledrie de verschillende soorten die hier voorkomen gezien. En ze hebben last van 'het Galapagos-effect'; je kan ze tot heel dichtbij naderen, omdat ze de mens niet als vijand (h)erkennen). De hele tijd bezig om eten te zoeken. Hoofd ondersteboven, snavel in het brakke water. Of 's ochtends vroeg, slapend, het hoofd verstopt in de veren van het lijf terwijl de stoom van het soms warme water langs hun ene been opstijgt. Wonderlijke, letterlijk adembenemende beelden. In Chili hadden we, net over de grens, de mogelijkheid om meer geisers te bekijken, maar voor ons beiden was het wel even goed. De prachtige beelden uit Bolivia strelen onze netvliezen nog teveel. Ik hoop ontzettend dat de foto's de echte beelden kunnen evenaren, zodra wij ze uitgezocht hebben zet ik ze hierop.

En toen waren we niet alleen in Chili, we zijn morgen (voor jullie is het al zover) precies 3 maanden op reis. Tijd om een nieuwe tandenborstel te pakken, kleren beginnen zo vies te worden dat we ze niet meer schoon krijgen, de 2e grote ruzie is geweest, potjes met creme beginnen op te raken, de eerste kilo's zijn we kwijt (jaja, ik weet het, maar ik voel me nog prima, en zolang dat het geval is maak ik me geen zorgen). Maar gelukkig hebben we het nog steeds enorm naar ons zin. De laatste paar weken zijn zelfs de meeste relaxte tot nog toe.

Nog 9 maanden, wat voel ik me een enorme bofkont...

AARRGGGHHHHH!!!!!

Door het tergend trage internet ben ik eerst uren bezig geweest met het opladen van foto's van Peru. Toen ik daarmee klaar was en de 'beschrijvingen' erbij ook bijna allemaal klaar waren trok de mevrouw van het hostel om 12.00 's nachts de wifi eruit... Foto's waren opgeladen, maar de beschrijvingen niet. Vervolgens waren velen van jullie er snel bij en hebben de foto's al zonder omschrijvingen bekeken, terwijl bij een aantal de omschrijvingen minstens net zo belangrijk zijn als de foto's....

Dus; Mocht je zin hebben, bekijk de foto's nog 'ns, dan ben je weer helemaal up to date...

En zoals je ziet heb ik gewoon internet. Ons plan om de Amazone in te gaan is namelijk mislukt; door blokkades die zijn opgebouwd door boze coca-boeren vanwege strenger beleid, is er geen verkeer mogelijk naar zo goed als ALLE plaatsen ten noorden van La Paz. Het vliegtuig rijdt wel, maar dat gaat tegen al mn principes in. Het komt er dus op neer dat wij 5 maanden in Zuid-Amerika reizen en de amazone niet gezien hebben. Afijn, het is zo. Niet reizen hoort blijkbaar ook bij reizen...

La Paz was inderdaad een rare en eigenlijk lelijke stad. Alle huizen lijken kriskras door elkaar gebouwd. Voor mooie oude koloniale gebouwen (waarmee het ooit helemaal vol stond) moet je bijna zoeken. In plaats daarvan staan er enorm veel lelijke betonnen blokken, maar we hebben ook oude koloniale gebouwen gespot waar dan een enorm lelijk groot beton/glazen ding is opgebouwd. Het barst van het verkeer (lees: microbusjes; het OV van Bolivia) en elektriciteitsdraden die als kluwen wol bij elkaar hangen aan palen. Toch, ondanks dit alles, hebben we wel een heel leuke dag gehad, per ongeluk stootten we onze neus aan een carnaval, communies en hebben we een heel tof museum bezocht met moderne kunst. In een pand waar Meneer Gustave Eiffel in bezig is geweest. Vooral de Carnaval was een grote verrassing. Een enorme optocht met dansende (en tegelijk zuipende) mannen en vrouwen. De meeste vrouwen in traditionele mooie kleding, de meeste mannen in grote pakken en maskers. Elke groep had zijn eigen band. Over de grootste straat die La Paz rijk is. De inwoners genoten net zo erg als zij. We hadden een mooi plekkie te pakken op een brug. Mijn alertheid wordt op de proef gesteld als ik 'iets' voel aan mijn tas. Een soort trekken, maar klein. Voor de zekerheid draai ik me maar even om en kijk recht in twee 'gezichten' met bivakmutsen. Terwijl mijn hand direct over mijn tas gaat en voelt naar een snijgat kijk ik naar de 2 paar schuldige ogen. Die bivakmutsen klinken onprettig (en dat zijn ze ook), maar aangezien we deze mutsen al 'gewend' waren bij alle schoenpoetsers die in grote getale rondlopen in La Paz, was de schrik maar klein. Zij leken erger te schrikken. Waarom ze allemaal die mutsen dragen is ons trouwens onduidelijk. Misschien tegen de uitlaatgassen? Of ze willen niet herkend worden? Afijn, het was heel duidelijk wat deze schoenpoetsers van plan waren en zij begrepen dat ik dat ook begreep. En dus draaiden ze zich om en maakten zich uit de voeten. Nog even extra mn tas gecheckt, maar alles was ok. Vervolgens weer genoten van de feestvreugde en later op de dag mooie kunst.

In plaats van naar het noorden naar het zuiden gegaan. Naar Potosi (klemtoon op de i) wat de hoogste stad van de wereld schijnt te zijn, op ruim 4000 meter hoogte. Een goede reisdag met 8 uur lang in een bus zitten, maar t verliep allemaal voorspoedig. Deze stad lijkt erg mooi en de mensen zijn veel vriendelijker dan in La Paz. De weg ernaar toe was buitengewoon qua natuur; enorme vlaktes met wat grassies en cactussen, afgewisseld met stukken wit van het zout wat er op de grond ligt. Kuddes lama's en schapen. Huisjes die nauwelijks opvallen omdat ze gebouwd zijn van klei en riet/gras, beide producten volop aanwezig op de plek waar de huizen staan. Maar ook enorme bergen en rotsen in allerlei kleuren, rivieren. Totaal anders dan we tot nog toe in deze reis gezien hebben. En de lucht. Die is zo enorm en uitgestrekt. En dan te bedenken dat we eigenlijk nog maar een klein stukje van Bolivia gezien hebben. Morgen waarschijnlijk naar de hotspring, lekker een beetje badderen in natuurlijk heet water, midden tussen de bergen. Dat wordt vast fijn.