bboele.reismee.nl

Uit Holland. Dat ligt daar en is ver. Heel ver.

Na Cuba, Ecuador, Colombia en Peru is het nu de beurt aan Bolivia om ons welkom te heten. Helaas verliep het eerste contact met de Bolivianen stroef. In het grensplaatsje Copacabana aan het Titicacameer bleken de mensen stug, onaardig en zeer onbehulpzaam. Dat waren we even niet gewend. Toch was de locatie prachtig. Aan het Titicacameer, heuvels om het dorp, flamingos in de 'uiterwaarden' van het meer. Vanuit Copacabana zijn we naar Isla del Sol gegaan. Een eiland. Nog maar net, want je kan er roeiend heen vanaf het vaste land. Copacabana ligt iets verder aan de kust en dus hebben we een boot genomen voor 1 euro. Anderhalf uur op een krakkemikkig stukkie staal in de zon. Het prachtige blauwe water om ons heen, geelbruine kusten met daarachter weer eeuwig-sneeuw-betopte bergen.

De Lonely Planet had ons gewaarschuwd voor het enorme toerisme op het eiland, en bij aankomst leek dit ook de waarheid; een helling volgebouwd met hostals en restaurants. Niet echt een plek waar ik wil zijn. En dus zijn we (Judith, ik en een Engels stel waarmee we de trek hebben gedaan in Peru) naar boven gelopen. Kwamen in een dorpje terecht met nog steeds veel hostals en restaurants, maar het zag er beter uit. Een mooi goedkoop slaapplekkie uitgezocht met een fantastisch uitzicht over het meer. De volgende dag het eiland rondgelopen. In de paar dorpjes die het eiland rijk is zijn inderdaad veel hostals en restaurants, alleen ontbraken de toeristen. Laagseizoen. En dus zaten de mevrouwen in de restaurants elke dag te wachten op minstens 1 gast. Velen hebben er geen enkele gezien. Laat in de middag, toen Judith al naar huis was gegaan, ben ik nog verder gelopen over het eiland. Ik heb in die 3 uur twee andere toeristen gezien. En verder was ik alleen. Samen met alle beestjes en inwoners, want het gewone leven gaat hier door.

Het grootste gedeelte van het eiland en zijn steile hellingen bestaat uit terrassen voor de verbouw van gewassen. Hele gezinnen hebben we op het land aan het werk gezien. De vrouwen in rokken en vaak op blote voeten. Met werktuigen die eruit zien alsof ze al 300 jaar worden gebruikt. Ook de kinderen helpen mee. We zagen een zelfs een gezin waarvan we dachten dat er 2 kinderen waren. Hoorden we opeens gekrijs. Bleek de baby ook mee te zijn. In zijn eigen doek onder een geimproviseerd plastic afdakje.

Auto's ontbreken hier; de tientallen donkeys hebben het hier voor het zeggen. Zij sjouwen dag in dag uit alle goederen het eiland op en af. Alles, inclusief water, takkenbossen, kratten cola en bier voor de toeristen wordt op de ruggen van deze altijd-zielig-kijkende-beestjes vervoerd. Verder zijn er nog de schapen en varkens. Regelmatig met kleintjes en vergezeld van een baasje, maar ook regelmatig loslopend, zodat we op een gegeven moment een nogal zoekende vrouw tegenkwamen. Ik vroeg wat ze zocht; haar biggen.

TV's ontbreken hier, in plaats daarvan hebben vele inwoners een radio. Hele oude dingen, maar ze ze voelen zich enorm hip. Ze gaan mee naar het veld en als ze terug lopen naar huis staat hij op de schouder. Krakerige klanken lopen voorbij.

Toen we de 1e dag aankwamen op het eiland hadden we al een klein stukje gelopen en ons daarna op een mooi plekje in de zon neergevleid. Komt er een oude man aanlopen. Diepe groeven dwars over het gezicht. Een felroze gehaakte muts op het hoofd. Met flappen over de oren. We zeggen 'hallo' en ik vraag hoe het gaat (een standaard zin bij een begroeting hier). Hij staat stil en een gesprekje begint. Waar we heen gaan, waar we slapen en waar we vandaan komen. Uit Holland, is het antwoord. Hij vraagt waar dit ligt en wijst naar de overkant, Peru. We lachen, hij heeft geen idee. Ik denk even na en wijs hem de richting waar Nederland zou moeten liggen. Ik zeg erbij dat het ver is. Heel ver. Hij knikt en lacht. Bij het afscheid pakt hij onze handen, houdt hem een tijdje vast, zegt ons wel 3 keer gedag en hoe leuk hij het vindt ons ontmoet te hebben. Hij loopt een paar passen verder, staat dan stil en kijkt de verte in. Naar het meer wat hij waarschijnlijk al vanaf zijn geboorte ziet. Hij kijkt naar Peru waarvan hij niet weet dat het Peru is. Hij knikt en ziet dat het goed is.

Dan klopt mijn hart sneller en gaat mijn bloed stromen. Ik ben weg, ver weg van huis en ik heb het fantastisch.


We botsen op een huwelijk dat gevierd wordt op het eiland. Het ruikt naar bier. Mannen pissen in groepjes tegen een boom, een paar meter van ons vandaan. Een moeder met een baby op schoot vult eerst het glas van haar vriendin en neemt er dan zelf ook nog 1. Er wordt gedanst, een band speelt eentonige muziek. De gasten lachen, drinken en kijken. Ze zitten op het gras maar hebben hun mooiste kleren aan getrokken.

Maar 's avonds wordt het weer stil op het eiland en zit ik nog net in de zon boven op een berg te kijken naar het stille blauwe grote water. 's Nachts word ik wakker en kijk uit het raam. De stilte van de enorme sterrenhemel is eindeloos.


Nu in La Paz. De hoogste hoofstad van de wereld heeft Judith net uitgevogeld. Een heel ander verhaal dan het rustige eiland. Een rare stad lijkt het. Niet enorm mooi en enorm vol met uiteenlopende mensen en voertuigen. We zijn er nog maar net, dus morgen maar 'ns verder onderzoek doen.

Na La Paz richting amazone. Een busrit van 14 uur. Over grotendeels onverharde wegen. En eht zal niet het enige pittige stukje reizen zijn hier. Maar ik heb er zin in. De natuur moet hier waanzinnig zijn. Het titicacameer is daar al een mooi begin van.


Internet is minder vanzelfsprekend hier, dus de komende weken weinig berichten waarschijnlijk, dan weet je dat vast... (maar misschien valt het reuze mee en hebben ze in de amazone ook wel wifi aan een aap vastgebonden)


Dan nog dit: ik vind het enorm tof dat ik zoveel reacties krijg op foto's en verhalen. Omdat een aantal nogal uitnodigde tot reacties:

  • voor Saskia: heb geprobeerd te achterhalen of dit de cotopaxi was door de kaart te bestuderen. Ik denk het wel, maar helemaal zeker ben ik niet, want tis niet de enige vulkaan daar.

  • Voor Suus en Celina: Ja, het hondje is ook voor de consumptie. Ik kon het haast ook niet geloven en heb het wel 3x gevraagd. Helaas was het antwoord 3 keer negatief...

  • voor Wim, de Beste Belg: wat enorm gezellig dat je mn site doorstuurt aan vrienden en familie! En lui ben je ook, oh nee, zuinig was t woord.

  • Voor de ouders van Wim, de Beste Belg: Welkom! Wat leuk dat jullie weer even terug waren in Machu Picchu en een bericht achter hebben gelaten!

Machu Picchu, inderdaad spectaculair

Wat was het mooi, om gisteren midden in de nacht de laatste honderden meters te klimmen naar de top. Een bijna stille stoet van toeristen. Alleen het hijgen was hoorbaar. Soms een kreun bij weer een nieuwe enorme trede. Boven aangekomen wordt het lichter. We vormen een rij, want de eerste 400 bezoekers zijn uitverkoren om Waynu Picchu te mogen beklimmen voor een fenomenaal uitzicht over de oude Inca-stad. Ik ben nummer 25, mijn nieuwe Belgische vriend 24. We lachen, maken foto's en hopen dat Judith die met 1 van de eerste bussen is ook nog bij de 400 uitverkorenen mag horen. Dat doet ze, alleen zou ze er, zo zou later blijken, geen gebruik van maken. We moeten nog wachten voor we dan echt naar binnen mogen, maar dan eindelijk, eindelijk is het zover. De poorten gaan open en dan... Wauw...

Het licht is briljant, warme gele zonnestralen verlichten de oude Inca-stad zo dat alle lijnen, spleten, hoogteverschillen een prachtig contrast met elkaar krijgen. Eerlijk gezegd was ik nogal huiverig van tevoren; een paar ruines waarvan een 'men' besloten heeft om ze een wereldwonder te noemen. Ik ben over het algemeen niet zo van de ruines ('deze steen was vroeger een enorm paleis...'), maar Machu Picchu is veel meer dan ruines. Ik zie een stad. Op een plek die ze niet beter hadden kunnen uitzoeken. Terwijl de wolken in snel tempo tussen de kloven omhoog trekken kijk ik naar de stad, nu nog leeg, maar over een paar uur gevuld met honderden, zo geen duizenden toeristen. Terwijl we een slechte tour krijgen van onze gids die, ookal zijn we er inmiddels na 4 dagen aan gewend, nog steeds enorm beroerd Engels spreekt, kijk ik naar de keurig 'gemetselde' muren. 'Om' bestaande rotsen heen. Stenen die zo geslepen zijn dat ze perfect op 2 andere stenen passen. Een zonnetempel die een meer dan perfecte ronde hoek heeft, terrassen waar het helemaal niet vervelend geweest moet zijn om in de tuin te werken, de bergen om mij heen, etc, etc. Ik loop een trap op naar de zonnewijzer, ik voel de verzuring in mijn benen en besef dat de afgelopen dagen wel degelijk zijn sporen hebben nagelaten. Ondanks dat het veel minder zwaar was dan iedereen had gezegd en ik had gedacht, toch al nu voor de 5e dag aan het stappen.

Vijf nachten geleden stonden Judith en ik op om de Salcantay-trek te doen. Midden in de nacht in het donker. Een bus vervoerde ons naar de startplek waar de 1e verrassing ons staat op te wachten; mister Guide vertelt doodleuk dat we maximaal 5 kilo per persoon op de meegaande ezel mogen doen, de rest moet je zelf tillen. Mokkend halen we 1 slaapzak, een kilo appels en de flesjes cola eruit. Vragen wat het kost om een extra kleine rugzak te kopen. Uiteraard veel te duur en dus besluiten we om het in de doek van Judith te binden die ze op haar rug zal dragen. We weten inmiddels hoe dat moet met al die draagzakken-met-baby's-erin hier. We stellen ons voor aan de groep die de komende dagen ons gezelschap zal zijn. 3 kleine Brazilianen, 3 Canadezen, een Amerikaan, 2 Duitsers, een Israeliet, een Australische (de moeder van de club), een Engels stel en een Belg. We gingen op weg. De eerste uren gaan goed, maar zodra we echt een beetje moeten gaan klimmen merk ik aan Judith dat ze zich niet lekker voelt. Overgeven is het gevolg. Strompelend, overgevend en huilend komt ze, samen met mij, als laatste aan op de lunchplek. 4 van de 7 loopuren (van de dag) waren verstreken. Ik maak me zorgen. Hoe gaat mijn grote vriendin dit volhouden. Er wordt besloten dat Judith, samen met 1 Braziliaanse met de truck verder rijdt tot de campsite. Dan zouden we verder zien. Ik loop mee met de groep. Een fantastische route. Diepe dalen, een hoge besneeuwde berg voor ons. Rust en ruimte. De zon aan een blauwe hemel. Toen de truck voorbij reed, leek Judith zich beter te voelen. Aangekomen bij de slaapplek was dat helaas maar tijdelijk; bibberend ligt ze in de tent, voor de tent een kotszakje, niet alles is daarin belandt, want ook de vloer van de tent en haar eigen broek zijn vies. De volgende ochtend is ze leeg, maar ook zonder energie. Ze zou mee kunnen op een paard naar de top (dag 2 is DE dag; zwaar en lang, met 4 uur klimmen als 'opstart'), maar eigenlijk weten we beiden dat het einde verhaal is. Er wordt een auto geregeld. Judith zal terugkeren naar Cusco. We spreken af dat ze de een-na-laatste dag van de trek naar Agua Calientes zal komen, om dan samen naar Machu Picchu te gaan.

Verdrietig, teleurgesteld en met een enorm kutgevoel laat ik Judith achter in de auto en sluit me aan bij de al vertrekkende groep.

Het eerste uur ben ik stil, probeer te accepteren wat er gebeurd is en besluit om te gaan genieten van de komende dagen. Zonder Juud, maar uiteindelijk kwam ook dat goed, besloot ik. Ik raakte aan de praat met de Belg, die een enorm leuke Belg bleek te zijn. Vanaf halverwege de klim trokken we samen op. Wim maakte een foto van mij, en ik 1 van hem. De klim was zwaar, maar was minder erg dan ik dacht. Onze beste Belg dacht er net zo over. De rest van de groep vond iets anders. En zo kwam het dat we de fantastische top samen bereikten en wachtten op de groep. Een grote sneeuw bedekte enorme berg naast ons. Nog steeds goed weer en een mooie afdaling naar de lunchplek in het vooruitzicht. De groep is inmiddels compleet, er wordt een groepsfoto gemaakt op het hoogste punt, wat gegeten, veel gedronken. Leuke Wim en ik besluiten dat onze pauze wel voorbij is. Samen lopen we naar beneden, langs loslopende paarden, grote granieten blokken en enorme gletsjers. Het samen eten met de groep is elke keer leuk en gezellig, maar het lopen als groep is lastig. Verschillende tempi, de een wil vaker rusten dan de ander en vooral; lopen in zulke mooie natuur moet 'alleen'. Dat vind ik, en vond Wim ook. Gelukkig vonden we beiden dat samen lopen ook nog best alleen was. En dus liepen wij in het vervolg ons eigen tempo, ver voor de groep. Wim bleek nog leuker dan die was en mister Guide vertelde ons welke weg we moesten volgen. We deelden de tent, het water en de snoepies. De 2e nacht bleek al minder koud dan de 1e (godzijdank) en nacht 3 was weer een beetje te warm. Van gletsjers naar jungle-achtige bossen. Van kale rots naar groene weiden. Het passeren van watervallen groot en klein, het lopen langs de rivier en besluiten om er met zn tweeen in te gaan liggen, een slechte tourorganisatie, een hotspring, speedos, mister OrangeGuide, sterke verhalen, flauwe moppen, een enorm grappige Emily, luisterverhaaltjes, het zien slachten van een koe en het vervolgens kopen van een halve kilo vers vlees voor 1 euro 20 om hem vervolgens op de geimproviseerde barbeque te leggen. Maar een paar van de vele ingredienten van deze trek die mij een fantastische tijd hebben bezorgd. Met als grootste ingredient de beste Belg. Op avond 4 Judith dan eindelijk weer gezien (wat nog een heel gedoe bleek) en elkaar tot diep in de nacht vertelt over de afgelopen dagen.

Na de allerlaatse meters in een zware afdaling van Machu Picchu met ons drieen de tijd gedood in Agua Calientes. In verschillende coupes de trein genomen. Weer samengevoegd na het uitstappen en als groep in de bus naar Cusco gereden. Zittend tussen Judith en Wim verbaas ik me wederom over de belachelijke rijkunsten in dit deel van de wereld. Een Vlaams bandje zingt in mijn rechteroor 'Als ik oud ben en versleten'. Wim zn hoofd beweegt neer op de beat. Hij scrolt door zijn 8000 nummers en laat me nog een ander liedje horen. Een goede smaak heeft ie. Ik vraag hem of hij Adele kent, Caro Emrald en laat hem vervolgens kennismaken met beide prachtige dames.

Dag beste Belg. Je hebt me geraakt en vermaakt. En ik hoop echt dat we elkaar nog eens treffen. In Antwerpen, of in Arnhem, of waar dan ook op de wereld. Ik ga je nu in ieder geval nog even mailen, met een link naar Karin Bloemen's 'Meloen' en de foto's die je nog van me moet krijgen. Oja, ik zal ook de namen van de 2 prachtige dames mailen, heb je weer een paar nummers extra...

Road movie part 2

Suus schrijft in haar reactie op mijn 1e verhaal dat ze een roadmovie zit te lezen, nou, hier komt part 2...

Een busreis van Salento naar Bogota (klemtoon op de A aub). Kriskras door de Andes, in kilometers geen enorme afstand, maar vanwege alle bochtjes toch al wel zo'n 8 uur. En hoe. Ik heb denk ik nog nooit zoveel 'vreemde' dingen meegemaakt in een busrit als deze. De weg is een tweebaansweg. Op veel plekken zijn ze met de weg bezig door hem te verbreden, parkeerstroken te maken oid. Nu was dat nog niet af, dus het asfalt was 2 banen breed. De weg is vol met haarspeldbochten, wil je zo'n bocht kunnen nemen met een beetje vaart zul je de andere helft moeten gebruiken. Gelukkig staat er in bijna elke bocht wel een vrouwtje of mannetje signalen af te geven of je wel en wanneer en hoe hard je de bocht kan nemen. We hebben weinig auto's gespot, wel enorm veel enorme vrachtwagen en veel bussen. De een gaat een stuk langzamer dan de ander en onze bus, lucky us, was een van de snellere. Met als gevolg dat er werd ingehaald. Zo vaak als het maar kon, in bochten waar het maar kon, op hellingen waar het maar kon, maar vooral door 'gaatjes' waar het maar kon. Ik zal helderder zijn: Stel, je zit in de bus, vooraan. En vlak voor je rijdt een enorme truck. Je wilt erlangs en 'kijkt' dus even om het hoekje door naar links te sutren. Snel weer terug, want toevallig kwam er net een vrachtwagen aan van de andere kant. Nog maar eens kijken, ja, nu is er even niks. Dus trek je op. Met een enorm lawaai aangezien de helling nogal steil is, en ook nog is in een bocht. Je bent ruim halverwege. Dan duikt er opeens, aan de andere kant een vrachtwagen op. Teruglaten zakken is (blijkbaar) geen optie, en dus wordt er nog maar eens gas gegeven. De tegenleger moet een zwenk maken. Niet teveel, want het ravijn is nogal diep. Nog 1 keer gas en jahoor, je bent er precies.

Zo ging het de hele tijd. De ene keer pastte het net iets ruimer dan de andere. In het slechtste geval scheelde het (LETTERLIJK) centimeters. Maar dat was nog niet alles. Een korte opsomming: Een paard los op deze zelfde weg, een man die met twee krukken tergend langzaam half in de berm de berg probeert op te lopen, een jeep waar een paar plastic palen met ijzeren kettingen vanaf vallen, onze bus moet even een flinke zwenk maken, halverwege toch het resultaat van een crash gespot (ik zat er eerlijk gezegd al op te wachten) , personenauto volledig total loss, koeien grazend op het stukje gras precies IN een haarspeldbocht, uiteraard kan je ook met de motorfiets op deze weg rijden. Of beter: op een plankje met 4 wieltjes eronder. Het plankje staat 20 cm van de grond. Er zitten 3 mensen op, het past precies. Een stuurtje, zelfs iets van een motortje en rijden maar... (ik heb er een foto van, die krijg je tzt zeker te zien, je geloofd je ogen niet). Zigzaggend DOOR DE DICHTE MIST langs de vrachtwagens. Gestoord en levensgevaarlijk. Een paar uur later steken er 2 honden over, ze halen de overkant goed, maar helaas bedenkt de kleinste om terug te lopen. De bus een zwenk, maar het hondje loopt door. Recht voor de bus. Ik ben niet de enige die het spaansbenauwd heeft... Ik kijk een paar Colombianen aan. Ik een vragende blik; hebben we hem geraakt? Ik heb geen idee hoe het moet voelen om een hondje aan te rijden met een grote bus, maar het lijkt me toch dat je wel iets voelt? De chauffeur helpt ons uit de brand, we hadden het inderdaad gevoeld als we hem geraakt hadden...

Wat een rit. Vermakelijk zeker, slecht voor je hart ook, en ook wel gevaarlijk (niet alleen voor ons). Gelukkig is dit een 'oneffenheidje' in het verdere ontzettend goed geregelde, leuke, aardige, mooie en veilig-voelende Colombia. Veel westerser en ontwikkelder dan ik dacht. Met de meest behulpzame mensen die ik ooit als natie ontmoet heb. Een 'booming' Bogota met een enorm progressief leiderschap (zondag is autovrij op grote wegen, iedereen slaat aan het fietsen, vrijdagmiddag vanaf 18.00 uur wordt 1 van de grootste straten in het centrum autovrij gemaakt en wordt deze ingenomen door markt-achtige-kraampjes, zangeressen, entertainers, performers, eetstandjes en etc. Feest! (een soort uit de hand gelopen vrijmarkt) En de vele auto's in deze miljoenenstad moeten gedeeltelijk plaats maken voor de TransMileno. Een bussysteem die van noord naar zuid en van west naar oost door de stad rijdt. Met zijn eigen busbanen en tientallen verschillende lijnen en haltes. En dat allemaal voor 1600 Colombiaanse pesos (zo'n 70 eurocent). Snel, relatief veilig en milieuvriendelijk.

Wij voorspellen dat Colombia binnen 8-10 jaar een vakantie-land wordt waar niet alleen backpackers rondhopsen (nu is dat 100%), maar Truus en Wim in de zomervakantie 3 weken naar Colombia gaan. Net als de Familie Pannekoek en je collega van de receptie. Met (Caribische) zee, bergen, een amazone-oerwoud, koloniale steden en een superhippe hoofdstad moet dat zeker lukken.

En ik wil dan wel ambassadeur worden.

(Dus helaas Hester, geen Tanja... En Eva; beide antwoorden zijn fout, de blender zul je helaas NIET thuis gestuurd krijgen... Nu in Cusco, Peru, changing plans a bit. Op naar Machu Pichu en daarna snel richting Bolivia)

OJA! Heel binnenkort nieuwe foto's, de oude moeten dan wel (grotendeels) weg, mocht je ze dus nog willen bekijken doe dat snel!

Colombia

Voor t eerst schud ik er niet zo maar even een verhaal uit.

Tuurlijk, ik maak genoeg mee. Maar het is soms ook best even pittig. Weer een nacht op een beroerde matras, weer het eten van een niet enorm lekkere, laat staan gezonde maaltijd, weer het uitzoeken van een bus in een enorme mensenmassa in een hal waar je nog op je tas moet letten ook, anders issie foetsie. Maar dan bedenk ik ook weer dat ik dit zo graag wil doen en dat ik zulke fijne dingen meemaak, met op nummer 1 ultieme vrijheid. Dat ook zo'n beroerde matras en die enorme hal vol met schreeuwende mensen waar je nog op je tas moet letten ook 'part of the deal' is. Sterker nog, het hoort erbij, het is OOK hoe ik reizen wil.

Goed, genoeg gezeurd, ik ga weer eens een poging doen om op te schrijven wat er allemaal voor fijne dingen gebeuren.. Mogen jullie er ondertussen bij bedenken dat het tussendoor soms niet helemaal toppie is, ok?

Colombia is een fijn land. De mensen zijn enorm aardig en nog behulpzamer. Je hoeft maar even stil te staan, een bedenkelijk gezicht te hebben om je heen te kijken en/of een kaartnin je handen te hebben en er komt gelijk iemand naar je toe. Ze vertellen je de weg die je zoekt, ze wijzen aan waar de bus stopt, ze wachten zelfs met je tot er een juiste bus is. En als ze het niet weten vragen ze een landgenoot om even mee te denken. Ze zullen niet eerder weggaan tot je een juist antwoord hebt. Of zoals gisteren; wij stappen door een inmiddels regenachtig heuvellandschap, van achteren komt er een vrachtwagen aan. Wij aan de kant, maar de vrachtwagen remt. De chauffeur gebaart dat we wel even mee kunnen rijden. Fijn, dankuwel. Het duurt even voor we door hebben 'waar' we mee kunnen rijden; de cabine zit vol, dus achter in de bak? Nee, aan beide kanten van de cabine. Staand op het trapje waar je normaal instapt. Vasthoudend aan een randje en een stang waar de spiegel aan vast zit. De regen slaat in mijn gezicht. Best koud. Gelukkig worden mijn voeten warm gehouden door de motor die zich vlakbij diezelfde voeten bevindt. Oja, wel even oppassen voor die warme pijp achter mij; de uitlaat. Die staat hier naar boven en maakt een enorme herrie. Communiceren lukt niet en hoeft ook niet. Judith is ver weg, aan de andere kant van de cabine. We kijken elkaar aan en we weten genoeg; dit is het reizen zoals we het willen.

En verder? We hebben Popayan bezocht, de eerste bestemming in Colombia. Een mooi stadje uit de koloniale tijd. Rustig, fijn. Waar we op het centrale plein op de foto gaan met een meisje. Pappa wil graag een foto van ons met haar. Eerst staat ze ernaast. Wij zeggen dat ze wel tussen ons in mag, en uiteindelijk moet er nog een derde foto gemaakt worden waarbij ze ons omarmd. We zijn een beetje een attractie, maar op een heel prima manier. Vervolgens naar Cali, een ietwat vreemde stad. We houden een soort van weekend in ons 'appartement'. We bezoeken het salsa-festival. Op de weg erheen komen we, al lopend naar de bus, en groep kinderen tegen met het syndroom van Down. In de mooiste (salsa)pakjes met nog mooiere make-up. We vragen de begeleiders of we misschien mee mogen rijden naar het festival terrein. 'Claro!'. We 'moeten' niet alleen meerijden, we gaan ook via de artiesten ingang naar binnen. Juichen ons helemaal suf bij hun optreden, worden daarna gekust en gekroond, zoals een liedje klinkt. En dan vandaag, in Salento. We bezoeken de prachtige 'Valle de Cocora'. Een prachtige vallei waar enorme palmbomen (sommige 60 meter hoog!) ver boven de 'normale' bomen uitsteken. We lopen langs een rivier met overal watervalletjes. Steken hem over door wankele geimproviseerde bruggetjes. De omgeving is hier dichtbegroeid. Overal zijn bomen, planten, struiken, mos. Het doet jungle-achtig aan. We spotten prachtige blauwe vogels, kolibri's, vogels die op zwaluwen lijken maar dan met een ENORME staart (of dus eigenlijk 2)...

En als ik dit dan opschrijf, dan bedenk ik me dat ik een ontzettende geluksvogel ben. De slechte maaltijden en beroerde bedden lijken dan zo onbelangrijk. Ben ik een zeikerd? Is het nooit goed genoeg? Nee, dat is het niet. Een beroerd bed is OOK belangrijk, en die slechte maaltijd OOK. Ik geniet enorm van die dingen die ik hierboven opschrijf, alleen zijn er ook gewoon momenten die minder leuk zijn... Ach ja, ik weet het ook niet...

Grote vissies

Hallo iedereen,

daar was ik weer, voor de laatste keer vanuit Ecuador, morgen gaan we zigzaggend door de Andes op weg naar Colombia. Volgens velen (die er niet zijn geweest) oppassen geblazen, maar reizigers die in Colombia waren geweest en aan het rondreisden door Zuid-Amerika, vonden stuk voor stuk Colombia het leukste land van dit continent. Ook de Lonely Planet is zeer positief; de FARC en zijn 'afvalkampen' (aldus J) zijn de afgelopen jaren hard teruggedrongen. De veiligheid voor toeristen en locals is weer terug en de inwoners ontvangen je met open armen. Ze zeggen zelfs dat het veel veiliger is dan Brazilie, Venezuela en Ecuador (!).

We zullen zien, ik ben heel benieuwd.


Ecuador gaan we dus verlaten. Een vreemd land vind ik en moeilijk te 'beoordelen'. Buiten de poep en de roof in Quito hebben we verder nergens problemen gehad met veiligheid. Maar de afgelopen weken heb ik, vooral tijdens de lange busreizen, nagedacht over wat er 'typisch' is voor de gemiddelde Ecuadoriaan. Het lijkt wat generaliserend, maar over het algemeen lukt het toch aardig om een beeld te scheppen van de mensen in een land waar de meesten aan voldoen. Een soort 'volksgeest', 'dingen die men belangrijk vindt', etc. Hier vond ik dit lastig om te benoemen. Aan de ene kant is men hier rustig, timide, redelijk op zichzelf, weinig outgoing, weinig expressie, enigszins passief. En aan de andere kant zijn ze, zodra je in gesprek met ze gaat, vriendelijk, vrolijk, behulpzaam. Ik mis de verbondenheid als maatschappij en inwoners van Ecuador. In deze laatste bestemming, Otavalo, is er meer verbondenheid-sfeer. Maar toch, het is niet enorm.

Afijn, we hebben wel hele prachtige dingen gezien, voornamelijk op het vlak van beestjes en natuur. De galapagos was hier, zo heeft iedereen kunnen lezen, een hoogtepunt van. Toch 'misten' we volgens ons afvinklijstje nog 2 beestjes; de hamerhaai en de walvis... En deze laatste konden we ook gaan zien op het vaste land van Ecuador. Direct na onze landing vanuit Galapagos naar Puerto Lopez gegaan. Vanuit hier een tour gedaan met een bootje de zee op, samen met 20 andere toeristen.

In het dorp hadden touroperators grote foto's van walvissen die uit het water springen (om zo hun rug 'schoon' te maken van pokken enzo). En de Lonely Planet verzekerd men ervan walvissen te zien in deze tijd van het jaar tijdens zo'n tour. Ook mister Guide vertelde ons over de walvissen, wat we zouden gaan zien en feiten over deze grote beesten. Niet alles onthouden of meegekregen, wel dat ze 16 meter kunnen worden, een penis hebben van 4 meter hebben en 20 (of was het 40) liter sperma per ejaculatie ejaculeren...

Toch denk ik altijd: “ja, zul je net zien dat ze vandaag geen zin hebben om lucht te happen”.

Het tegendeel bleek waar.

De eerste walvis kwam al vroeg. En sprong. Niet eens zo gek ver van de boot. Een lichamelijke schokreactie was het gevolg. Mn hart in mn keel, hand voor mn mond, een geluid, en tranen die in mijn ogen springen. Niet van angst, wel van grote grote bewondering. Wat enorm indrukwekkend. Weer. Hoeveel prachtige beestjes kan je zien in een week??

En ze bleven maar komen. In het begin een aantal keer springend, maar ook 'spuitend' (geen sperma, maar water en lucht), met baby's en zelfs eentje die 2 keer zn staart in de lucht gooide.

Maar liefst 80 (!) foto's geschoten met daarop een stukje, de ene keer iets groter dan de ander, van een walvis. Waren overigens niet 80 verschillende walvissen, ook meerdere malen achter elkaar geschoten van dezelfde. In de foto's zie je het resultaat van de beste foto's. Plus Galapagos en andere dingen!


Tot in Colombia!

Galapagos, wauw!

Hoe erg Quito tegen viel, zo erg viel de Galapagos mee.

Eergisteren terug gekomen van onze Galapagos-cruise. Vast op een boot met 13 andere reizigers. Van heel leuke tot minder leuke mensen. Een mooie eigen cabine voor Juud en mij. Goed vreten, een mindere gids, een nachtje flink heen en weer dobberen incl overgeven. Maar dit alles, leuk of minder leuk, valt weg bij de wandelingen boven water en de snorkelduiken in het water. Het was FAN-TAS-TISCH. Ik vond het zo enorm bijzonder en indrukwekkend. Zo onwerkelijk, zo mooi. Dingen gevoeld die ik niet eerder gevoeld heb. Ik ben regelmatig stil geworden, voelde me zo gelukkig en tegelijk zo klein. Ik als klein menselijk hoopje cel, mn leven doorgaans leidend in het stade Arnhem, vergeleken bij alle beestjes en wonderlijke natuur hier ver in de oceaan. Daar word je flink nederig van.

Van tevoren maakte ik me een beetje zorgen; de lonely planet is vrij negatief over vooral het toerisme op de Galapagos. Maar het viel me eigenlijk erg mee; op de eilanden zijn er een paar paden (die door alle toeristen gebruikt worden) waar je niet vanaf mag. Je schoenen/voeten worden na elk bezoek op een eiland gedesinfecteerd, er zijn vele waarschuwingen van gidsen ed over hoe met de dieren en natuur om te gaan. Dieren waar je pal naast staat of zwemt, die je aankijken en lijken te denken 'ach, daar heb je ze weer, die gasten die komen koekeloeren' en die er geen enkele moeite mee hebben om je letterlijk bijna omver te lopen als ze een 'looppad voor toeristen' willen oversteken en jij toevallig in de weg staat. 'Wat nou, tis mijn eiland' lijken ze te zeggen. En terecht.Een kort 'overzicht' van al deze fijne beestjes:

Boven water (waar ik dan was, want sommige beestjes waren wel in het water) veel verschillende vogels gezien, waaronder 'dansende' blue-footed-boobies en albatrossen en hun kleintjes. Zeeleeuwen met babies, incl stervende kleintjes die gelaten worden (en terecht) want 'zo is de natuur soms'. Springende manta ray van 4-6 meter doorsnee die helemaal los komt van het water, draait en op zijn zwarte rug neerkomt om zo zijn rug 'schoon' te maken. Dolfijnen voor de boot, leguanen in alle soorten, maten en kleuren. Een haai met zn vin net boven water. Enorme landschildpadden (op het land) en groepen roggen in het water. Ik heb gezwommen met zeeleeuwen, vele gigantische zeeschildpadden, een pinguin, eagle ray gespot (google maar es; is waanzinnig), tientallen hele grote en hele kleine vissen gezien en een heleboel prachtig azuurblauw water en bijzondere landschappen gezien. Niet in woorden te omschrijven, misschien beter in foto's. We zijn de honderden foto's nog wat aan het uitzoeken, maar zal zo snel als mogelijk een aantal hier neerzetten.

Quito, tsja...

Weer een prima vlucht gehad van La Habana naar Quito, Ecuador. Elroy 'opgepikt' op het vliegveld van Lima. Een vreemde, leuke ontmoeting. De komende 3 weken zullen we (grotendeels) samen door Ecuador reizen.


De eerste officiele dag in Quito; een beetje rondlopen, maar niet veel vanwege de enorme hoogte (2850 meter) en het nog doodop zijn van de reisdag ervoor (midden in nacht aangekomen).

Als snel belanden we op het centrale plein en hebben alledrie een vreemd gevoel; de sfeer in deze hoofstad is raar. Door de aanwezigheid van de ontelbare uniformen op straat, incl flinke geweren en hier en daar zelfs een pantserschild. Maar ook door de waarschuwingen die we van bijna elke Ecuadoriaan hadden gekregen wat betreft veiligheid. Maar het belangrijkste: Het is stil. Een stilte in geluid. Ook op het plein waar we zitten. Vreemd, want er zijn tientallen zo geen honderden mensen aanwezig, er is verkeer, kinderen, honden. En toch is het stil. Iedereen praat zachtjes en 'er gebeurt niks'. Judith noemde het heel treffend; er is een voortkabbelend niks. Het bruist niet deze stad, we krijgen geen zin om lekker rond te stappen. Maar we beseffen ook dat wij momenteel een stelletje zoutzakken zijn en wijden dan ook daar een groot gedeelte van ons gevoel aan.


Maar dan, de volgende dag.

Judith en ik waren eerder opgestaan om geld te wisselen. Op de terugweg hiervan werd ik plotseling onder gescheten. Vanaf mn hoofd tot aan mijn voeten dikke klodders enorm stinkende dunne stront. Zelfs Judith had een paar flinke vlekken in dr broek. En ook achter mij was er nog het nodige neergekomen. Een flinke vogel die flink ziek was. Bah. Gelukkig waren er een aantal mensen behulpzaam, waaronder een man die ons naar de 'banos' wilde begeleidde en zei dat het vogelpoep was. Ja, duh, dat hadden we ook wel door. Omdat we toch niet ver van het hotel waren besloten we direct hierheen te gaan en de meneer en de banos te laten voor wat ze waren.

Tijdens dit laatste stuk naar het hotel, bijna over mn nek gaand van de stank, komen we tot de conclusie dat het bijna geen vogel geweest kon zijn; zoveel poep, zo goor en zo'n 'menselijke' geur en het kwam ook niet op 1 plek terecht. De enige andere mogelijkheid kon dus zijn dat een baby heel hard moest poepen, moeders te ver van de wc was en het kind uit het raam heeft gehangen.

Of zoiets.

Nu een idiote conclusie en dat bedachten we zelf ook op dat moment. Dan toch een vogel?

Het bleek nog veel erger. Zodra onze hotel-eigenaar mij zag vertelde hij ons dat dit een 'poging tot roven' was. Men werkt in zo'n geval samen; 1 iemand gooit een bakkie stinkende verdunde stront van een balkon, een ander die beneden staat 'helpt' je om vervolgens je tas mee te nemen op een onbewaakt moment. Direct toen de eigenaar dit vertelde vielen de kwartjes: de aard van de poep, het feit dat we nergens een vogel gezien hebben, dat ik vlak daarvoor nog naar boven gekeken had en balkons heb gezien en verder niks, de man die zo hard riep dat het vogelstront was en ons mee wilde hebben naar de 'banos'...

Maar helaas was de dag nog niet voorbij.

Nog geen 3 uur later, nadat we uitgebreid gedoucht hadden, de kleren en tas gewassen hadden (voor zover als mogelijk, er zitten nu grote blijvende gele vlekken in) gingen we de galapagos-tour regelen. Dit moest in een andere wijk en dus namen we de trolleybus. Ondanks alle waarschuwingen en de wetenschap dat er op drukke bussen (en alle bussen zijn hier druk) veel gejat wordt, heeft een man het voor elkaar gekregen om de tas van Elroy van onderen open te snijden en zo de digitale camera te jatten. Daar kwam hij achter bij de travel-agency, en even stond alles toen stil. Ons onprettige gevoel van de dag ervoor werd in deze afgelopen uren alleen maar meer bevestigd.

Het enige wat we wilden was weggaan. Zo snel als mogelijk. Jammer voor een op zich 'mooi' Quito. Maar ik heb niet de neiging om dit mooie Quito te gaan zien terwijl ik er eigenlijk helemaal geen zin in heb.

's Avonds in bed, in ons veilige hotel achter slot en grendels (letterlijk), liet het onveilige gevoel me niet los. Ik kwam tot de conclusie dat wij (Judith en ik) waarschijnlijk al vanaf het wisselen van het geld gevolgd zijn. Ze 'wisten' dat ze een goede buit zouden hebben en hebben afgewacht tot het juiste moment van gooien (dicht bij de banos enzo). Ik kreeg het gevoel dat er dus blijkbaar de hele dag mensen aan het bedenken zijn hoe ze ons zouden kunnen beroven. Het maakte me boos, verdrietig en bang. Ik kon de slaap niet vatten. Het enige lichtpunt was dat we de volgende dag zouden vertrekken, om het liefst nooit meer terug te komen.

Ps: Nieuwe foto's van Cuba, deel 2!

psextra: Dank voor alle leuke reacties!

Roze ijs in diepe borden

Een nog verlaat verhaal uit Cuba, had ik geschreven en opgeslagen maar vervolgens kon ie em niet uploaden, nu wel.

We zitten nu in Trinidad, een mooie koloniale stad die hier en daar een beetje aanvoelt als openluchtmuseum vanwege alle toeristen en het weinige Cubaanse leven dat we hier zien. Maar we slapen in een waanzinnige balzaal (in zo'n koloniaal huis) en dit is een goede plek om leuke tripjes te ondernemen, dus we blijven hier nog wel even hangen.


Cuba is mooi en leuk tot nog toe. Het is niet een land van veel uitzinnig mooie-sightseeing-dingen, en als je dat wel verwacht (zoals J. een beetje deed) kan het tegenvallen, MAAR;

Cuba heeft een ontzettend aardige, vriendelijke, grappige en relaxte bevolking. Aan verleden en cultuur ontbreekt het ook niet. Omringd door vele witte stranden en een turquase zee. Tel daar nog een communistisch systeem geleidt door 'el commandante' bij op en je hebt enorm fascinerend land en maatschappij.

Om iets van die maatschappij helder te maken het volgende verhaal;


Een straat met mooie koloniale gevels. In de rechterhoek van de straat waar we tegenaan kijken zien we een ijssalon. Van de staat, zoals bijna alle restaurants en bedrijven. Het is een grote ruimte die doet denken aan een enorme badkamer door de tegels op de vloer en tot halverwege de muur. TL-buizen aan het plafond en verspreid staan er 14 tafels met elk 4 stoelen. Er is ruimte voor meer tafels, maar ze staan er niet. Het meubilair lijkt weggehaald bij een friettent op de camping in Harskamp. Bijna alle stoelen die aan de tafels 'vastzitten' zijn bezet. 6 obers in zwarte broek en wit overhemd bij het barretje, 1 staat er buiten bij de deur. Alle klanten hebben een wit diep bord voor hun neus met hierin een hoopje roze ijs. Ze brengen de substantie naar hun mond met een grote eetlepel.

Aan de linkerkant van deze ijssalon nog een ijssalon. Kleiner en zeer waarschijnlijk niet van de staat. In deze salon staan in verhouding meer tafels. Ook TL-buizen en ook meubilair van de camping, maar dan van de camping uit Noordwijk, de stoelen staan los van de tafels. Hier 2 obers in zwart/wit en ook 1 bij de deur. Deze klanten eten uit een glazen ijsschaaltje, met een ijslepeltje. De keuzemogelijkheden zijn hier groter; naast het roze ijs kan je hier ook bruin chocoladeijs krijgen. De ijsjes worden geserveerd met een ijskoekje dat rechtop in de bolletjes staat. De prijs is ook verschillend; dit ijs is anderhalf keer zo duur als in de salon ernaast.

Buiten aan de linkerkant van deze duurdere salon staat een flinke rij. Als je goed kijkt zijn het er 2; een kleine voor de dure ijssalon, een veel grotere voor de goedkopere. Telkens als er in 1 van de 2 salons een tafel klaar is met het ijsje wordt er door de 'deurober' geroepen hoeveel mensen er naar binnen kunnen. De rij schuift op.

Er zijn niet alleen rijen voor de ijssalon, ook voor de 'quesopizza'-stalletjes, banken, kledingwinkels en 'warenhuizen' staan de Cubanen rustig te wachten.

De Heilige Bijbel Lonely Planet schrijft een aantal keer dat je best in deze restaurantjes kan gaan eten, een stuk goedkoper dan de de duurdere toeristen-restaurants. Wij hebben er moeite mee; wij kunnen die toeristenrestaurants prima betalen en we voelen ons erg bezwaard om in de rij te gaan staan en op deze manier een plekje voor een Cubaan 'bezet' te houden of weg te nemen (aangezien het voedsel vaak voor het einde van de dag is uitverkocht).

We houden hiermee de aparte werelden (die van de toeristen en die van de Cubanen) in stand. Die 2 werelden worden gescheiden door toeristentaxis en bussen, restaurants en zelfs een 'eigen' munteenheid. Het lukt ons gelukkig regelmatig om wel in deze Cubaanse wereld te verkeren (door te slapen in Casa Particulares, wel die lokale taxi te nemen, etc). De Cubanen werken hier graag aan mee; buiten dat ze in verhouding meer zullen verdienen aan ons, vinden ze het zichtbaar leuk om buitenlanders te spreken. In deze gesprekken (wat ben ik blij met mijn cursus Spaans afgelopen jaar!) wordt soms pijnlijk duidelijk hoe El Commandante en zijn broer ALLES controleren. Van huizen tot waar je werkt. De universiteit is hier (zo goed als) gratis, maar de advocaat en de dierenarts die we gesproken hebben hebben een kleine kans dat ze ook daadwerkelijk zullen werken als advocaat en dierenarts. Buiten dat er weinig werk in is, heb je dikke kans dat glazen wassen meer verdient.

Dagelijks praten we over deze systemen, vragen we ons af waarom er niet 4 tafels bij worden geplaatst in zo'n goedkopere ijssalon (er zijn immers genoeg obers). En vinden die Cubanen het allemaal maar ok? Zijn ze niet anders gewend? Of is het te warm om hier mee bezig te zijn en steken ze hun energie liever in het onderhouden van hun sociale contacten?

We vinden het allemaal maar mateloos fascinerend.


Als het goed is zijn ook de 1e foto's te zien, joezee!

Internet is hier verre van zelfsprekend dus het zal wel weer even een aantal dagen duren voordat ik weer van me laat horen.


Ciao!